ECLI:NL:CRVB:2012:BX4340
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- M.C. Bruning
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering toekenning WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam als bedrijfsleider productie interieurbouw, viel uit wegens psychische klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Na onderzoek door verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen werd vastgesteld dat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waardoor geen recht op uitkering ontstond.
Appellant stelde in bezwaar en beroep dat hij meer beperkingen had, waaronder fysieke klachten en een urenbeperking, en betwistte de geschiktheid van bepaalde functies. De bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige bevestigden echter de eerdere bevindingen en concludeerden dat appellant onvoldoende arbeidsongeschikt was.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens onvoldoende motivering over de aanvangsdatum van de arbeidsongeschiktheid, maar liet de rechtsgevolgen in stand. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak, oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij meer beperkingen had. Ook werd geen aanleiding gezien voor het inschakelen van een deskundige.
De Raad concludeerde dat de vastgestelde Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) en de geselecteerde functies medisch passend waren en dat de mate van arbeidsongeschiktheid terecht was vastgesteld op minder dan 35%. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant onvoldoende arbeidsongeschikt is voor een WIA-uitkering en wijst het hoger beroep af.