ECLI:NL:CRVB:2012:BX4818
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van vervolgaanvraag voor voortzetting tegemoetkoming extra vakantie op grond van Wuv
Appellante, een uitkeringsgerechtigde vervolgingsslachtoffer, had jarenlang een tegemoetkoming ontvangen voor extra vakantie op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv). In 2007 diende zij een vervolgaanvraag in voor voortzetting van deze tegemoetkoming voor de jaren 2007 tot en met 2009. Verweerder kende in plaats daarvan een tegemoetkoming in de kosten van deelname aan het maatschappelijk verkeer (DMV) toe, die de afzonderlijke tegemoetkomingen vervangt.
De overgangsregeling bepaalt dat een afzonderlijke vergoeding voor extra vakantie alleen kan worden toegekend indien de betrokkene in het jaar voorafgaand aan de aanvraag ook in het genot was van een dergelijke voorziening. Appellante voldeed niet aan deze voorwaarde. De Raad oordeelde dat de toekenning van de DMV-voorziening in overeenstemming is met het gewijzigde beleid van verweerder en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een uitzondering rechtvaardigen.
De Raad concludeerde dat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij niet in staat was om tijdig een vervolgaanvraag in te dienen. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd de afwijzing van de voortzetting van de tegemoetkoming voor extra vakantie bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de afwijzing van haar vervolgaanvraag voor voortzetting van de tegemoetkoming voor extra vakantie wordt ongegrond verklaard.