ECLI:NL:CRVB:2012:BX4900
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- C.C.W. Lange
- P.J. Stolk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongewijzigde vaststelling WAO-uitkering na zorgvuldige medische beoordeling
Appellant, werkzaam als productiemedewerker, meldde zich in 2001 ziek vanwege rugklachten en ontving vanaf 2002 een volledige WAO-uitkering. Na een verlaging in 2007 tot 15-25% arbeidsongeschiktheid, meldde appellant zich in 2009 toegenomen arbeidsongeschikt. Het UWV stelde na medisch onderzoek op 3 maart 2010 de uitkering ongewijzigd vast en verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond.
De rechtbank Breda oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij zowel rug- als psychische klachten werden onderzocht. De rechtbank vond geen aanleiding om te twijfelen aan de bevindingen van de verzekeringsartsen dat er geen toename van beperkingen was sinds 2005. De Raad bevestigt dit oordeel en wijst erop dat appellant geen nieuwe medische stukken heeft overgelegd ter onderbouwing van zijn stellingen.
Daarnaast overweegt de Raad dat appellant niet onder behandeling was van een psycholoog of psychiater en geen medicatie gebruikte voor psychische klachten rond de datum in geschil. Een rapport van een eerdere behandelaar uit 2006-2007 is te oud en werd te laat ingebracht. Ook de psychische problemen van de echtgenote zijn niet relevant.
Omdat geen sprake is van toegenomen medische beperkingen, is een arbeidskundige beoordeling niet aan de orde. Het hoger beroep faalt en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de ongewijzigde vaststelling van de WAO-uitkering wordt bevestigd.