ECLI:NL:CRVB:2012:BX4924
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellante ontvangt sinds mei 2007 bijstand als alleenstaande ouder. Naar aanleiding van informatie van de Belastingdienst stelde het college een onderzoek in waaruit bleek dat appellante een bankrekening had met een kasstorting van €5.750 en een saldo opname in juli 2009. Het college herzag de bijstand over juli 2007 en vorderde €1.296 terug wegens het niet melden van deze rekening.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. Appellante voerde aan dat het tegoed op de bankrekening niet van haar was, maar van haar toenmalige vriend, en dat zij er niet over kon beschikken. Ter onderbouwing overlegde zij een brief van een accountant en een overeenkomst tussen haar en haar vriend.
De Raad oordeelde dat het feit dat de rekening op haar naam stond de veronderstelling rechtvaardigt dat zij over het tegoed kon beschikken. Appellante maakte niet aannemelijk dat dit niet het geval was. De verklaring van de accountant was niet verifieerbaar en de overeenkomst maakte niet aannemelijk dat zij niet kon beschikken over het tegoed in de periode van beoordeling.
Daarom bevestigde de Raad het bestreden besluit en wees het verzoek tot schadevergoeding af.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot herziening en terugvordering van bijstand wordt bevestigd en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.