ECLI:NL:CRVB:2012:BX4975
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- J.L.P.G. van Thiel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en terugvordering Wajong-uitkering bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid
Appellante had recht op een Wajong-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55% met ingang van 30 oktober 2008. In de periode van 1 mei 2008 tot 1 maart 2009 ontving zij voorschotten die achteraf te hoog bleken te zijn. Het UWV vorderde deze te veel betaalde bedragen terug.
Appellante voerde aan dat terugvordering onredelijk was vanwege de financiële en sociale gevolgen, en dat zij geen ander inkomen had. De Raad oordeelde echter dat het UWV verplicht was terug te vorderen en dat de financiële last onvoldoende was om van terugvordering af te zien. Het UWV had het terugvorderingsbedrag na een eerdere tussenuitspraak nader onderbouwd, en appellante betwistte deze onderbouwing niet.
De Raad vernietigde het eerdere besluit van 24 juli 2009 en herroept het primaire besluit van 18 maart 2009, stelt het terugvorderingsbedrag vast op €8.188,21 en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellante.
Uitkomst: De Raad stelt het terugvorderingsbedrag vast op €8.188,21 en vernietigt het eerdere besluit, zonder af te zien van terugvordering.