ECLI:NL:CRVB:2012:BX5213
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening medeterugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van 's-Gravenhage tot medeterugvordering en invordering van bijstandskosten, omdat hij betwist dat sprake was van een gezamenlijke huishouding met [B.].
De voorzieningenrechter acht het financiële belang van verzoeker voldoende spoedeisend, gelet op de invorderingsmaatregelen waaronder beslaglegging op zijn pensioen. Uit het dossier blijkt dat verzoeker vanaf 8 maart 2004 feitelijk zijn hoofdverblijf had in de woning van [B.] en dat sprake was van wederzijdse zorg, waardoor sprake is van een gezamenlijke huishouding in de zin van de WWB.
Het college was bevoegd om de bijstand aan [B.] over de periode van 8 maart 2004 tot 3 januari 2010 in te trekken en de kosten mede terug te vorderen van verzoeker. Hoewel de beslagvrije voet aanvankelijk niet werd gehanteerd, heeft het college toegezegd deze te onderzoeken en de invordering hierop aan te passen. Gezien deze toezegging en het feit dat ook bij een nieuwe beslissing een substantiële periode medeterugvordering rechtvaardigt, is geen aanleiding voor een voorlopige voorziening.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen medeterugvordering en invordering van bijstand wordt afgewezen.