ECLI:NL:CRVB:2012:BX5786
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante, voormalig administratief medewerkster, kreeg in 2003 een WAO-uitkering toegekend wegens chronische pijnklachten na borstkanker. Na diverse medische beoordelingen en bezwaarprocedures weigerde het UWV in 2010 terug te komen op het oorspronkelijke besluit, omdat er geen sprake was van nieuwe feiten of omstandigheden zoals bedoeld in artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De bezwaarverzekeringsarts stelde dat een nieuwe diagnose van een reeds bekende aandoening, zoals chronisch vermoeidheidssyndroom of fibromyalgie, geen novum vormt. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van appellante tegen het besluit van het UWV ongegrond en verwees naar vaste jurisprudentie van de Raad.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunt dat de nieuwe diagnoses wel degelijk nieuwe feiten zijn die tot herziening zouden moeten leiden. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat het oordeel van de rechtbank juist is en bevestigde de uitspraak. De Raad wees ook op een brief van een klinisch psycholoog waarin werd aangegeven dat langdurige vermoeidheidsklachten na kanker niet als CVS worden aangeduid.
De Raad zag geen aanleiding om de proceskosten aan een partij toe te wijzen en sprak het vonnis in het openbaar uit op 24 augustus 2012.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV om niet terug te komen op de WAO-uitkering wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.