ECLI:NL:CRVB:2012:BX6142
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- H.J. de Mooij
- A.J. Schaap
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het niet tijdig beslissen op aanvraag buitenwettelijke hulp volgens de bed-bad-brood regeling
Appellant, een documentloze vreemdeling met medische problematiek, vroeg om buitenwettelijke hulp en toepassing van de bed-bad-brood regeling (bbb-regeling). Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam weigerde de aanvraag en stelde appellant in gebreke wegens het niet tijdig beslissen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant niet-ontvankelijk omdat zij oordeelde dat een beslissing op een verzoek om opvang op grond van de bbb-regeling geen besluit in de zin van de Awb is. Appellant ging hiertegen in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de toelating tot gemeentelijke opvang onder de bbb-regeling wel degelijk een besluit is op grond van de Awb en de Wmo. Echter, het beroep van appellant was prematuur omdat het was ingediend voordat de wettelijke termijn na ingebrekestelling was verstreken. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
De Raad wees ook op de publieke taak van gemeenten om maatschappelijke opvang te bieden en dat de bbb-regeling een sobere voorziening betreft voor niet-uitzetbare vreemdelingen met medische noodzaak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuriteit; de aangevallen uitspraak wordt bevestigd en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.