ECLI:NL:CRVB:2012:BX6229
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- M.C. Bruning
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid bij paniekstoornis met agorafobie
Appellant, lijdend aan een paniekstoornis met agorafobie, kreeg zijn WIA-uitkering ingetrokken door het UWV omdat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 35% werd geacht. De rechtbank had het besluit van het UWV vernietigd wegens ondeugdelijke motivering, waarna het UWV het bezwaar opnieuw afwees. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit nieuwe besluit ongegrond, waarna appellant in hoger beroep ging.
Appellant stelde dat zijn beperkingen ernstiger waren dan door het UWV was vastgesteld en dat hij niet in staat was noodzakelijke activiteiten te verrichten. Hij vroeg om een onafhankelijk deskundigenonderzoek en betwistte dat hij in aanmerking kwam voor een vervoersvoorziening vanwege zijn beperkingen. De Raad oordeelde dat de brief van de behandelend psychiater geen inhoudelijk medisch oordeel bevatte dat de eerdere conclusies ondermijnt.
De Raad onderschreef de medische rapporten en vond geen aanleiding tot een onafhankelijk onderzoek. Tevens achtte de Raad de functies die aan appellant waren toegerekend passend, omdat deze geen belasting bevatten die zijn mogelijkheden te boven gaan. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de intrekking van de WIA-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WIA-uitkering wordt bevestigd omdat de beperkingen van appellant niet onderschat zijn en de medische en arbeidskundige grondslagen juist zijn.