ECLI:NL:CRVB:2012:BX6231
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- M.C. Bruning
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering na zorgvuldige beoordeling gezondheidstoestand
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat hij per 8 december 2009 geen recht heeft op een WIA-uitkering. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, waarbij zij oordeelde dat het UWV zich terecht had gebaseerd op rapportages van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen.
In hoger beroep stelt appellant dat zijn gezondheidstoestand niet zorgvuldig is beoordeeld en klaagt hij over de bejegening door UWV-medewerkers. De Centrale Raad van Beroep stelt vast dat beide verzekeringsartsen onderzoek hebben verricht en alle relevante medische informatie hebben betrokken. Een onjuist vermeld bezoekadres heeft niet geleid tot het niet onderzoeken van appellant.
De Raad oordeelt dat de klachten over bejegening, gelet op het wettelijke kader van de Wet WIA, geen aanleiding vormen om de inhoudelijke beoordeling onjuist te achten. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de WIA-uitkering bevestigd.