ECLI:NL:CRVB:2012:BX6240
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van brutering bij correctie premienota’s wegens onterecht betaalde onkostenvergoedingen
De zaak betreft hoger beroep tegen uitspraken van de rechtbank Assen over correcties van premienota’s door het UWV, waarbij werknemers onkostenvergoedingen ontvingen die niet altijd overeenkwamen met daadwerkelijk gemaakte reiskosten. De rechtbank had het beroep van appellante ongegrond verklaard en geoordeeld dat de toegepaste brutering terecht was omdat de werkgever bewust was van de netto betalingen en de wettelijke inhoudingen voor eigen rekening nam.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat de brutering onterecht was toegepast, maar trok haar schadevergoedingsverzoek wegens overschrijding van de redelijke termijn in. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en stelde vast dat de werkgever bewust was van de netto betalingen en dat de brutering daarom terecht was toegepast. De Raad wees ook op een verklaring van een intercedente die bevestigde dat de werkgever bewust de werknemerspremies voor eigen rekening nam.
De Raad wees het verzoek om nader onderzoek naar deze verklaring af wegens onvoldoende onderbouwing. De uitspraken van de rechtbank werden bevestigd voor zover aangevochten. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 31 augustus 2012.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de brutering bij de correctie van premienota’s terecht is toegepast.