ECLI:NL:CRVB:2012:BX6450
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening en vernietiging besluiten intrekking, terugvordering en boete WW-uitkering wegens schending inlichtingenplicht
Appellant betwistte de intrekking en terugvordering van zijn WW-uitkering over de periode van 28 maart 2005 tot 12 september 2005, alsmede de opgelegde boete wegens het niet melden van gewerkte uren als zelfstandige. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, stellende dat appellant zijn inlichtingenplicht had geschonden en dat het UWV terecht de boete had opgelegd.
In hoger beroep stelde appellant dat hem een oriëntatieperiode was toegekend waarin hij geen uren hoefde op te geven, en dat hij onvoldoende geïnformeerd was over zijn verplichtingen. De Raad oordeelde dat uit het dossier niet bleek dat een dergelijke oriëntatieperiode was toegekend, en dat zelfs indien dit het geval was, de uren gemeld hadden moeten worden. Het UWV had appellant niet onjuist geïnformeerd en had het beleid uit de ZZP-handleiding consistent toegepast.
De Raad vernietigde de aangevallen uitspraak voor zover deze betrekking had op de intrekking, terugvordering en boete, verklaarde de beroepen tegen besluiten van 13 februari en 25 mei 2009 gegrond en vernietigde deze besluiten, maar verklaarde het beroep tegen het besluit van 24 februari 2011 ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en het UWV werd veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De Raad vernietigt eerdere besluiten tot intrekking, terugvordering en boete, verklaart beroepen gegrond en handhaaft het latere besluit van 2011.