ECLI:NL:CRVB:2012:BX6530
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vordering wegens meerinkomen op grond van Wet studiefinanciering 2000
Appellant ontving studiefinanciering over 2007, waarbij de Minister het toetsingsinkomen op €17.366,76 vaststelde, wat hoger was dan de bijdragevrije voet. Hierdoor stelde de Minister een vordering wegens meerinkomen vast van €7.331,62. Appellant maakte bezwaar tegen deze vordering, dat aanvankelijk niet-ontvankelijk werd verklaard, maar de rechtbank verklaarde het bezwaar ontvankelijk en ongegrond.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de ondernemersaftrek pas in 2009 was genoten en dat het begrip toetsingsinkomen verkeerd werd uitgelegd. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de wettelijke tekst van artikel 3.17, tweede lid, sub b, Wsf 2000 duidelijk bepaalt dat het toetsingsinkomen bestaat uit de belastbare winst uit onderneming vermeerderd met de ondernemersaftrek genoten in hetzelfde kalenderjaar.
De Raad stelde vast dat de datum van de aanslag niet bepalend is, maar het jaar waarop de aanslag betrekking heeft. De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.