ECLI:NL:CRVB:2012:BX6547
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na vernietiging besluit UWV over fictieve opzegtermijn WW-uitkering
Appellante trad op 1 december 2002 in dienst bij haar werkgever en sloot op 13 oktober 2010 een beëindigingsovereenkomst met een vergoeding. Zij vroeg op 3 oktober 2010 een WW-uitkering aan per 1 november 2010. Het UWV weigerde de uitkering tot en met 31 december 2010 op grond van een fictieve opzegtermijn die het toerekende aan de periode na 13 oktober 2010.
De rechtbank vernietigde dit besluit en stelde dat de opzegtermijn moet worden toegerekend aan de periode na 7 oktober 2010, de datum van ondertekening van het formulier stimuleringpremie 100%. De rechtbank zag echter geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling omdat appellante het formulier pas in beroep had overgelegd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat in bestuursrechtelijke procedures een proceskostenveroordeling ten laste van het bestuursorgaan volgt op vernietiging van een besluit. Omdat appellante het formulier eerder had kunnen overleggen, maar dit niet deed, kan het UWV niet worden gevrijwaard van proceskosten. De Raad veroordeelt het UWV daarom tot vergoeding van proceskosten in eerste aanleg en hoger beroep, tezamen € 874,- plus het griffierecht.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante na vernietiging van het besluit over de fictieve opzegtermijn.