ECLI:NL:CRVB:2012:BX6558
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verwijtbare werkloosheid en verlaging WW-uitkering wegens dringende reden
Appellant was werkzaam als tramconducteur en kreeg een arbeidsovereenkomst ontbonden wegens ernstig depottekort en het voortijdig verlaten van zijn dienst. Werkgever had appellant eerder gewaarschuwd en beschouwde het gedrag als ontslagwaardig. Het UWV stelde dat appellant verwijtbaar werkloos was en verlaagde zijn WW-uitkering tot 35%.
Appellant maakte bezwaar tegen deze beslissing, maar het UWV handhaafde het besluit. De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant gegrond en vernietigde het besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen. In hoger beroep betoogde appellant dat er geen dringende reden was omdat werkgever nooit ontslag op staande voet overwogen had en dat het tijdsverloop een subjectieve dringende reden uitsloot.
De Centrale Raad oordeelde dat de objectieve dringende reden buiten twijfel stond vanwege het depottekort en het verlaten van de tram zonder toestemming. Ook de subjectieve dringende reden was aanwezig, omdat werkgever tijdig en zorgvuldig had gehandeld en appellant niet mocht verwachten dat het ontslagbesluit werd ingetrokken. Het feit dat appellant na buitendienststelling nog elders werkte, deed hieraan niet af. De Raad bevestigde daarom het besluit van het UWV en veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten van werkgever.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat appellant verwijtbaar werkloos is en handhaaft de verlaging van zijn WW-uitkering.