ECLI:NL:CRVB:2012:BX6568
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WW-uitkering wegens te late aanvraag zonder bijzonder geval
Appellant, bestuurder en aandeelhouder van 20% van een werkgever, diende op 25 mei 2010 een aanvraag in voor een WW-uitkering met ingang van 1 augustus 2008 voor vijftien maanden. Het UWV weigerde uitbetaling omdat de aanvraag meer dan 26 weken na de eerste werkloosheidsdag was ingediend en geen bijzonder geval aanwezig was om hiervan af te wijken.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de aanvraag buiten de termijn van artikel 35 WW Pro viel. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij onjuiste informatie had ontvangen van het UWV over zijn WW-rechten, dat er onduidelijkheid bestond over zijn eerste werkloosheidsdag en dat hij onterecht een dubbele sanctie had gekregen.
De Raad concludeerde dat het begrip 'bijzonder geval' restrictief moet worden uitgelegd en dat appellant voldoende gelegenheid had om zijn rechten te onderzoeken. De vermeende onjuiste informatie was onvoldoende om de termijnoverschrijding te rechtvaardigen. De klacht over dubbele sanctie faalde omdat de korting niet in het bestreden besluit was opgenomen.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag van de WW-uitkering wordt afgewezen wegens te late indiening zonder dat een bijzonder geval is vastgesteld.