ECLI:NL:CRVB:2012:BX6580
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet gemelde kasstortingen
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Uit onderzoek bleek dat tussen augustus en december 2009 kasstortingen van in totaal €1.015 op zijn rekening waren gedaan, die niet aan de bestuurscommissie waren gemeld. De bestuurscommissie herzag de bijstand en vorderde een bedrag van €1.581,27 terug.
Appellant stelde dat het ging om leningen van zijn moeder, die eerst mondeling waren overeengekomen en later schriftelijk bevestigd. De Raad oordeelde echter dat deze verklaringen achteraf waren opgesteld en dat niet op verifieerbare wijze kon worden vastgesteld dat de kasstortingen daadwerkelijk van zijn moeder afkomstig waren. Hierdoor konden de stortingen niet als schulden met terugbetalingsverplichting worden aangemerkt.
De Raad bevestigde dat appellant de stortingen had moeten melden en dat het niet doen daarvan een schending van de inlichtingenplicht volgens artikel 17 WWB Pro vormt. De bestuurscommissie mocht de stortingen daarom als inkomen aanmerken en de bijstand herzien. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening en terugvordering van de bijstand bevestigd.