ECLI:NL:CRVB:2012:BX6922
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering WW-uitkering wegens schending inlichtingenverplichting zelfstandige
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om haar WW-uitkering te herzien en terug te vorderen vanwege het niet volledig opgeven van werkzaamheden als zelfstandige. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, stellende dat appellante haar inlichtingenverplichting had geschonden door geen melding te maken van haar zelfstandige uren.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij niet geïnformeerd was over de opgave van indirecte uren en dat het UWV ten onrechte met terugwerkende kracht de uitkering had herzien. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellante haar onderneming op 28 juli 2003 daadwerkelijk is gestart en dat zij haar inlichtingenverplichting heeft geschonden door tot 1 juli 2004 geen zelfstandige uren op te geven.
De Raad benadrukt dat het UWV het beleid uit de ZZP-handleiding op consistente wijze heeft toegepast en dat er geen dringende redenen zijn om af te zien van terugvordering. Het eerdere vonnis wordt vernietigd, het beroep tegen het besluit van 24 juli 2008 wordt gegrond verklaard, en het beroep tegen het besluit van 15 april 2011 wordt ongegrond verklaard. Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 24 juli 2008 wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd wegens schending van de inlichtingenverplichting.