ECLI:NL:CRVB:2012:BX6975
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- M.C. Bruning
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid ondanks WSW-toelating
Appellante is sinds 1997 werkzaam bij een werkgever in het kader van de Wet sociale werkvoorziening (WSW) en is sinds 2006 gedeeltelijk arbeidsongeschikt gemeld. Het UWV heeft vastgesteld dat zij met ingang van november 2008 minder dan 35% arbeidsongeschikt is, waardoor geen recht op een WIA-uitkering bestaat. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd ongegrond verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat het UWV had moeten onderzoeken of een functieduiding passend was, gezien haar noodzaak tot werken in een beschutte omgeving en haar beperking tot 20 uur werk per week. Zij bracht diverse stukken in, waaronder haar verzuimdossier en WSW-indicatiebesluit uit 1994.
De Raad overweegt dat toelating tot de WSW-doelgroep geen directe betekenis heeft voor het recht op een WIA-uitkering, hoewel WSW-gegevens wel gebruikt kunnen worden bij de beoordeling van arbeidsongeschiktheid. De WSW-gegevens van appellante zijn echter te gedateerd om relevant te zijn. De bezwaarverzekeringsarts heeft zonder voldoende motivering geconcludeerd dat geen urenbeperking nodig is, ondanks indicaties daarvoor.
De Raad concludeert dat het besluit van het UWV onvoldoende is gemotiveerd en draagt het UWV op dit gebrek binnen zes weken te herstellen. De uitspraak betreft een tussenuitspraak in het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad.
Uitkomst: Het UWV moet het gebrek in de motivering van het besluit herstellen over het recht op een WIA-uitkering.