ECLI:NL:CRVB:2012:BX7033
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens overschrijding vermogensgrens en schending inlichtingenverplichting
Appellante ontving sinds 2005 bijstand ingevolge de WWB. In januari 2009 werd bij een politieonderzoek in haar woning aanzienlijke hoeveelheden geld en goud aangetroffen, waarvan zij geen melding had gemaakt bij het college. Het college trok daarop haar bijstand met terugwerkende kracht in en vorderde de kosten terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het vermogen de vrij te laten grens overschreed en dat appellante haar inlichtingenverplichting had geschonden. In hoger beroep voerde appellante aan dat het geld en goud aan derden toebehoorden, wat zij niet aannemelijk kon maken.
De Raad oordeelde dat het vermogen ruimschoots boven de grens lag gedurende de gehele periode en dat de schending van de inlichtingenverplichting rechtvaardigt dat de bijstand werd ingetrokken en teruggevorderd. Dringende redenen om hiervan af te zien werden niet aangetoond. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand aan appellante worden bevestigd wegens overschrijding van de vermogensgrens en schending van de inlichtingenverplichting.