ECLI:NL:RBAMS:2024:255
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering gezinsbijstand wegens verzwegen vermogen en schending inlichtingenplicht
Eiseres en haar partner ontvingen sinds januari 2012 gezinsbijstand. Op 28 juni 2022 vond een huiszoeking plaats waarbij een groot bedrag aan contant geld en drugs werden aangetroffen. Het college trok daarop de bijstand over de periode 2012-2022 in en vorderde het bedrag van ruim €104.000,- terug wegens schending van de inlichtingenplicht.
Eiseres voerde aan niet op de hoogte te zijn geweest van het geld en drugs en dat het strafrechtelijk onderzoek eerst had moeten worden afgewacht. De rechtbank oordeelde dat bij gezinsbijstand beide partners als één eenheid worden beschouwd, waardoor onbekendheid geen vrijwaring biedt. De strafrechtelijke onschuldpresumptie staat niet in de weg aan de bestuursrechtelijke intrekking.
De rechtbank stelde vast dat het college terecht uitging van het vermoeden dat het contante geld tot het vermogen behoorde, omdat eiseres en haar partner geen duidelijkheid gaven over de herkomst en het bezit. Het beroep werd ongegrond verklaard, met als gevolg dat de bijstand moet worden terugbetaald en het griffierecht niet wordt vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking en terugvordering van de gezinsbijstand wordt ongegrond verklaard en de bijstand moet worden terugbetaald.