ECLI:NL:CRVB:2012:BX7192
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vergoeding schade wegens overschrijding redelijke termijn in bestuurlijke fase
Betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen CZ wegens overschrijding van de redelijke termijn in de bezwaarfase van een zorgverzekeringsgeschil. De Raad stelt vast dat de behandeling van het bezwaar door CZ een jaar en bijna zeven maanden heeft geduurd, wat aanzienlijk langer is dan de in beginsel redelijke termijn van zes maanden.
CZ stelde dat betrokkene mede verantwoordelijk was voor de vertraging omdat hij niet tijdig reageerde op een verzoek om een medisch verslag. Betrokkene gaf aan dat zijn medische situatie deze vertraging veroorzaakte en dat de vertraging beperkt was tot ongeveer een maand en tien dagen. Daarnaast wees betrokkene op de lange reactietermijn van het College voor zorgverzekeringen (Cvz), dat pas na ruim elf maanden advies uitbracht, wat ook bijdroeg aan de overschrijding.
De Raad oordeelt dat de overschrijding vooral te wijten is aan de late advisering door Cvz en dat de vertraging door betrokkene niet significant was. De Raad acht de overschrijding van dertien maanden in de bestuurlijke fase niet gerechtvaardigd en veroordeelt CZ tot betaling van een immateriële schadevergoeding van €1.500 en proceskosten van €655,50.
De uitspraak benadrukt het belang van een tijdige behandeling van bezwaarschriften en bevestigt dat de redelijke termijn van zes maanden in de bezwaarfase als uitgangspunt geldt, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen.
Uitkomst: CZ wordt veroordeeld tot betaling van €1.500 schadevergoeding en €655,50 proceskosten wegens overschrijding van de redelijke termijn in de bestuurlijke fase.