ECLI:NL:CRVB:2012:BX7604
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens onroerend goed en huishouding
Appellante ontving bijstand sinds 1995, maar het college trok deze in vanwege niet gemeld onroerend goed in Marokko dat op haar naam stond. De Raad oordeelt dat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij niet redelijkerwijs over het onroerend goed kon beschikken, waardoor het college terecht de bijstand introk en terugvorderde over de periode 1995-2008.
Voor de periode vanaf 1 april 2008 tot en met 11 juni 2008 oordeelt de Raad dat het college onterecht het criterium van duurzaam gescheiden leven toepaste in plaats van het criterium gezamenlijke huishouding. De Raad concludeert dat onvoldoende feitelijke grondslag bestaat om te stellen dat appellante en haar ex-echtgenoot een gezamenlijke huishouding voerden.
De rechtbank had deze aspecten niet juist beoordeeld, waardoor de uitspraak wordt vernietigd. De Raad herroept het besluit tot intrekking van de bijstand over de periode 20 mei 2008 tot en met 11 juni 2008 en veroordeelt het college in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand worden vernietigd voor de periode 20 mei 2008 tot en met 11 juni 2008, het beroep van appellante wordt gegrond verklaard.