ECLI:NL:CRVB:2012:BX7612
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens gezamenlijke huishouding volgens WWB
Appellante ontving bijstand als alleenstaande, maar het college trok deze bijstand met ingang van 1 oktober 2008 in wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding met [v. V.]. Appellante voerde hoger beroep en stelde dat geen sprake was van wederzijdse zorg, een vereiste voor gezamenlijke huishouding volgens de WWB.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. Uit verklaringen tijdens een huisbezoek bleek dat appellante en [v. V.] hun hoofdverblijf deelden en in elkaars verzorging voorzagen, onder meer door gezamenlijk gebruik van woonruimte, bankrekening, telefoon en het delen van huishoudelijke taken.
Hoewel appellante later weer bijstand ontving als alleenstaande, was de situatie toen anders, met eigen bankrekening en kostgeldregeling. De Raad concludeerde dat in de periode van 10 oktober tot 24 december 2008 wel degelijk sprake was van een gezamenlijke huishouding, waardoor het intrekkingsbesluit rechtmatig was.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand is bevestigd omdat appellante vanaf 10 oktober 2008 een gezamenlijke huishouding voerde met [v. V.] volgens de WWB.