ECLI:NL:CRVB:2012:BX7769
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over herbeoordeling WAO-uitkering en toepasselijkheid Wet WIA
Appellant was aanvankelijk boormeester en ontving een WAO-uitkering van 25 tot 35%. Na een dienstverband als chauffeur vrachtwagen en een periode als zelfstandige, werd de WAO-uitkering ingetrokken wegens niet-nakoming van de meewerkverplichting. Later werd een WAO-uitkering van 15 tot 25% toegekend.
Appellant stelde dat zijn rugklachten waren verslechterd en dat hij niet kon werken. Diverse medische onderzoeken bevestigden chronische rugpijn en beperkingen, maar het UWV vond de beperkingen passend bij de geduide functies. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij ook de computervaardigheid van appellant in de functies werd beoordeeld.
In hoger beroep stelde appellant dat de rechtbank buiten haar bevoegdheid trad en dat een operatie zijn klachten had verholpen. De Raad oordeelde dat het UWV had moeten beoordelen of de functie chauffeur vrachtwagen als maatmanfunctie had moeten gelden en dat een beoordeling op grond van de Wet WIA passend was. De Raad draagt het UWV op het bestreden besluit te herstellen en een nieuw besluit te nemen, met inachtneming van de Wet WIA en de gevolgen daarvan voor de uitkering.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen het bestreden besluit te herstellen en een nieuw besluit te nemen met toepassing van de Wet WIA.