ECLI:NL:CRVB:2012:BX7807
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- M.C. Bruning
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens ongeschiktheid maatmanfunctie
Appellante, die in december 2005 een Gastric Bypass operatie onderging, meldde zich ziek in maart 2008 vanwege fysieke klachten. Zij had sinds maart 2007 diverse kortdurende werkzaamheden verricht via uitzendbureaus. In het kader van haar WIA-aanvraag stelde een verzekeringsarts een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) op met aanzienlijke beperkingen, leidend tot een urenbeperking van twintig uur per week. De arbeidsdeskundige achtte het schoonmaakwerk en andere voltijdse functies ongeschikt, maar vond haar werk als inpakker voor 20 uur per week passend als maatmanfunctie.
Het UWV besloot daarom geen WIA-uitkering toe te kennen. In bezwaar werden de beperkingen aangescherpt en werd geconcludeerd dat ook het werk als inpakker niet geschikt was. De arbeidsdeskundige stelde de functie van routechauffeur als fictieve maatmanfunctie vast, met een verlies aan verdienvermogen van 24,01%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en concludeerde dat appellante bij aanvang van haar verzekering al gedeeltelijk arbeidsongeschikt was.
In hoger beroep beperkte de Centrale Raad van Beroep zich tot de vraag welke maatmanfunctie moet worden aangehouden. De Raad oordeelde dat het UWV terecht artikel 46, derde lid, van de Wet WIA toepaste en dat onvoldoende aanwijzingen bestonden om af te wijken van de hoofdregel dat het laatst verrichte werk als maatman geldt. Ondanks frequent ziekteverzuim concludeerde de Raad dat de redenen van beëindiging van werkzaamheden, mede door fysieke klachten, juist waren vastgesteld. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht heeft op een WIA-uitkering wegens onvoldoende geschiktheid voor de voorgestelde maatmanfunctie.