ECLI:NL:CRVB:2012:BX8334
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- A.I. van der Kris
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beëindiging ziekengeld en afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende toename beperkingen
Appellante viel in 2006 uit wegens psychische klachten en werkte vanaf maart 2010 weer 16 uur per week als medewerkster callcenter, waarna zij zich ziek meldde. Het UWV beëindigde het ziekengeld per 17 mei 2010, wat later werd teruggedraaid naar 1 juli 2010 na bezwaar.
De bezwaarverzekeringsarts concludeerde op basis van eigen onderzoek en medische informatie dat appellante geschikt was voor haar werk en dat er geen sprake was van een ernstige psychische stoornis, maar een aanpassingsstoornis die geen belemmering vormde voor het werk. Er was geen nieuwe medische informatie die deze bevindingen ondermijnde.
Ten aanzien van de WIA-uitkering oordeelde de Raad dat er geen sprake was van een toename van beperkingen door dezelfde ziekteoorzaak sinds de eerdere beoordeling in 2008. Het achterwege laten van een arbeidskundig onderzoek was daarmee gerechtvaardigd. De rechtbank had de beroepen tegen de besluiten ongegrond verklaard, maar de Raad vernietigde het oordeel over het ziekengeld en verklaarde het beroep gegrond voor dat onderdeel.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellante. De uitspraak bevestigt het belang van een zorgvuldige medische beoordeling en het hanteren van vaste jurisprudentie bij de beoordeling van arbeidsongeschiktheid en uitkeringsrechten.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard voor het ziekengeld en ongegrond voor de WIA-uitkering; het UWV moet proceskosten vergoeden.