ECLI:NL:CRVB:2012:BX8418
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens voldoende arbeidsinkomen ondanks bezwaar appellant
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en sloot een arbeidsovereenkomst voor 28 uur per week met Stichting Arbeidsmarkt en Werkprojecten Nederland (SAWN). Het college trok de bijstand per 1 november 2008 in omdat appellant voldoende inkomsten had om in zijn levensonderhoud te voorzien. Appellant stelde dat hij de werkzaamheden vanwege lichamelijke klachten niet kon verrichten en dat hem de mogelijkheid was ontnomen om de geschiktheid van de werkzaamheden aan de orde te stellen. Tevens ervoer hij de werkzaamheden als dwangarbeid en wees op zijn zelfstandige werkzaamheden als belastingconsulent.
De Raad oordeelde dat de arbeidsovereenkomst een voorziening was gericht op arbeidsinschakeling en dat het college de arbeidsverplichtingen van appellant had geconcretiseerd via een besluit dat vatbaar is voor bezwaar en beroep. Appellant had zich echter niet tijdig tegen dit besluit gericht en kon daarom zijn bezwaren niet meer aanvoeren. De Raad stelde vast dat appellant met ingang van 1 november 2008 een inkomen boven de bijstandsnorm had en dus geen recht meer had op bijstand.
Ten slotte wees de Raad het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af, omdat de totale procedure binnen vier jaar was afgerond. Daarmee werd het hoger beroep van appellant ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen.