ECLI:NL:CRVB:2012:BX8492
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herstel besluit college over terugvordering bijzondere bijstand na bezwaar appellante
Appellante, gehuwd in gemeenschap van goederen, verzocht in januari 2009 om bijzondere bijstand voor huurkosten van een vakantiewoning vanwege echtelijke problemen. Het college kende haar een lening toe, maar vorderde deze later terug op grond dat zij geen recht had op bijstand vanwege haar vermogen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep betwist appellante dat haar vermogen boven de vermogensgrens lag en klaagt over onheuse bejegening. De Raad stelt vast dat hiervoor geen bewijs is en bevestigt dat het college terecht het vermogen heeft beoordeeld, rekening houdend met een aanstaande echtscheiding. Appellante heeft geen bewijs geleverd dat haar vermogen onder de grens lag.
Het college was niet bevoegd om de bijzondere bijstand terug te vorderen op grond van artikel 58, eerste lid, onder b, WWB, omdat de voorwaarden daarvoor niet waren vervuld. Het betoog van het college dat terugvordering mogelijk zou zijn wegens het naderhand beschikken over middelen faalt omdat appellante pas later besefte dat zij geld kon opnemen van de en/of-rekening.
De Raad vernietigt het bestreden besluit over terugvordering en draagt het college op binnen zes weken opnieuw te beslissen op het bezwaar van appellante. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 25 september 2012.
Uitkomst: Het besluit over terugvordering van bijzondere bijstand wordt vernietigd en het college wordt opgedragen binnen zes weken opnieuw te beslissen op het bezwaar van appellante.