ECLI:NL:CRVB:2012:BX8857
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toekenning bijstand en maatregel wegens niet-naleving gesprek uitnodigingen
Appellant vroeg bijstand aan en ontving een maandelijkse bijdrage van zijn vader. Het college bracht deze bijdrage in mindering op de bijstand, omdat deze als inkomen werd beschouwd. Appellant betwistte dit en voerde aan dat het om een lening ging, maar de Raad oordeelde dat de bijdrage als middelen moet worden gezien.
Daarnaast legde het college een maatregel op vanwege het niet verschijnen van appellant op uitnodigingen voor gesprekken over arbeidsinschakeling. Appellant stelde dat hij niet in zijn procesbelang was geschaad door het laat indienen van stukken en dat de verplichting tot medewerking gekoppeld was aan daadwerkelijke bijschrijving van bijstandsgeld. De Raad verwierp deze bezwaren.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de bijdrage als inkomen moet worden gerekend en dat de maatregel terecht is opgelegd. Appellant had geen recht op volledige bijstand zonder inhouding van de bijdrage en had geen geldige reden om niet op de uitnodigingen te verschijnen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De bijdrage van €800 per maand werd als inkomen gezien en de maatregel wegens niet verschijnen op gesprekken werd terecht opgelegd.