ECLI:NL:CRVB:2012:BX9074
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.J.T. van den Corput
- A.I. van der Kris
- Rechtspraak.nl
Bevestiging loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen in tweede spoor
De zaak betreft een hoger beroep van een werkgever tegen een loonsanctie opgelegd door het UWV wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen in het tweede spoor. Het UWV had het recht op loondoorbetaling tijdens ziekte verlengd met 52 weken omdat de werkgever onvoldoende had gedaan om de werknemer te re-integreren.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de werkgever zonder deugdelijke grond onvoldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht. De arbeidsdeskundige constateerde dat er geen adequate analyse van de mogelijkheden en beperkingen van de werknemer had plaatsgevonden en dat het re-integratietraject vooral was gebaseerd op de wensen van de werknemer zonder toetsing aan de belastbaarheid en ervaring.
De medische situatie van de werknemer, met fysieke en psychische klachten, ontsloeg de werkgever niet van zijn verplichtingen. Het feit dat het re-integratietraject was uitbesteed aan een re-integratiebedrijf deed daar niets aan af. De Raad bevestigt daarmee de eerdere uitspraak van de rechtbank Rotterdam en verklaart het beroep van de werkgever ongegrond.
De uitspraak benadrukt de verantwoordelijkheid van de werkgever voor een adequaat re-integratietraject, ook bij complexe medische situaties, en onderstreept dat onvoldoende inspanningen kunnen leiden tot een loonsanctie.
Uitkomst: De loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen in het tweede spoor wordt bevestigd.