ECLI:NL:CRVB:2012:BX9075
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.J.T. van den Corput
- A.I. van der Kris
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding doventolkuren wegens niet tijdige aanvraag volgens beleidsregels UWV
Appellante had een aanvraag ingediend voor vergoeding van doventolkosten gemaakt tijdens haar verblijf in Thessaloniki, Griekenland. Het UWV wees deze aanvraag af omdat zij voorafgaand aan het verblijf geen toestemming had gevraagd, wat volgens de beleidsregels een vereiste is.
De rechtbank Rotterdam vernietigde het bestreden besluit omdat het UWV de grondslag van het primaire besluit had gewijzigd, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit omdat de beleidsregels niet onjuist of onredelijk waren. De rechtbank verwierp ook het beroep van appellante op het vertrouwensbeginsel en gelijkheidsbeginsel, en vond geen bijzondere omstandigheden om van de beleidsregels af te wijken.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep deze overwegingen bevestigd. De Raad oordeelde dat het UWV bevoegd is beleidsregels vast te stellen en dat de voorwaarde van een voorafgaande aanvraag noodzakelijk is voor kostenbeheersing. Het beroep op eerdere vergoeding van tolkkosten in Frankrijk zonder voorafgaande aanvraag werd niet gevolgd. Ook de stelling van onbekendheid met de beleidsregels gaf geen grond om af te wijken. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de vergoeding van doventolkuren bevestigd.