ECLI:NL:CRVB:2012:BX9410
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- E.E.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening beëindiging toeslag Turkse uitkeringsgerechtigden
In deze zaak gaat het om het verzoek van Turkse uitkeringsgerechtigden om herziening van besluiten waarbij hun toeslag per 1 juli 2003 is beëindigd. De toeslag was eerder geleidelijk afgebouwd tussen 2000 en 2003, wat in 2003 door de Raad onrechtmatig werd verklaard wegens strijd met ILO-conventie 118. Het Uwv heeft daarop de toeslag voor de periode tot 1 juli 2003 aan Turkse rechthebbenden hergeven, maar de toeslag per 1 juli 2003 beëindigd.
Betrokkenen hebben niet tijdig bezwaar of beroep ingesteld tegen de beëindiging per 1 juli 2003. Zij stelden dat vanwege hun bijzondere positie en taalbarrière de eis van nieuwe feiten (nova) niet zou moeten gelden. Ook beriepen zij zich op het vertrouwens- en gelijkheidsbeginsel. De rechtbank had de besluiten vernietigd op grond van het vertrouwens- en gelijkheidsbeginsel, maar de Raad oordeelt dat het Uwv niet gehouden is een begunstigende handelwijze uit het verleden te herhalen en dat de situatie na 2003 wezenlijk verschilt van die daarvoor.
De Raad stelt dat het prejudiciële verzoek van 2007 geen nieuw feit oplevert dat herziening rechtvaardigt en dat het beroep op het vertrouwens- en gelijkheidsbeginsel niet slaagt. De eerdere jurisprudentie en omstandigheden maken dat de situatie na 1 juli 2003 niet gelijkgesteld kan worden met de situatie daarvoor. De Raad vernietigt de uitspraken van de rechtbank en verklaart de beroepen ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad verklaart de beroepen ongegrond en wijst het verzoek tot herziening van de beëindiging van de toeslag af.