ECLI:NL:CRVB:2012:BX9516
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verlaging bijstand wegens weigering medewerking psychodiagnostisch onderzoek
Appellant ontvangt sinds 1999 bijstand en is verplicht mee te werken aan arbeidsinschakeling en onderzoek daarvan. Na signalen over mogelijke psychische beperkingen werd hij door het college aangemeld voor een psychodiagnostisch onderzoek bij de GGD, waarvoor hij werd opgeroepen. Appellant weigerde medewerking en werd daarop door het college gesanctioneerd met een verlaging van zijn bijstand.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen deze verlaging ongegrond, maar de Centrale Raad vernietigde deze uitspraak omdat de rechtbank haar oordeel niet baseerde op de juiste grondslag van het besluit. In hoger beroep oordeelt de Raad dat het college terecht de bijstand verlaagde omdat appellant niet voldeed aan zijn verplichting om mee te werken aan het onderzoek.
Appellant voerde aan dat hij niet voor een psychodiagnostisch, maar een regulier medisch onderzoek was opgeroepen en dat het college hem onvoldoende had geïnformeerd. Ook stelde hij dat het onderzoek onnodig was, het vragenformulier onbetamelijke vragen bevatte, zijn medische gegevens niet veilig waren en dat het onderzoek een ongeoorloofde inbreuk op zijn privacy vormde. Deze bezwaren werden door de Raad verworpen omdat het onderzoek proportioneel, noodzakelijk en passend was en appellant onvoldoende onderbouwing gaf voor zijn stellingen.
De Raad concludeert dat het college terecht de bijstand heeft verlaagd en verklaart het beroep ongegrond. Tevens wijst de Raad het verzoek om wettelijke rente af, veroordeelt het college in de proceskosten van appellant en bepaalt dat het college het betaalde griffierecht vergoedt.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de verlaging van de bijstand gehandhaafd.