ECLI:NL:CRVB:2012:BX9670
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- H. Bolt
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering WAO-uitkering wegens niet gemelde werkzaamheden als directeur-grootaandeelhouder
Appellante ontving sinds 1988 een WAO-uitkering en toeslag. Na een fraudeonderzoek concludeerde het UWV dat zij vanaf 1999 werkzaamheden verrichtte zonder melding, wat leidde tot herziening en terugvordering van uitkeringen. De rechtbank verklaarde eerder twee beroepen gegrond, maar het UWV handhaafde haar besluit in bezwaar.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV terecht de werkzaamheden van appellante waardeerde als die van een directeur-grootaandeelhouder, gezien haar positie als enig bestuurder en de beschikking over de winst. De door appellante opgegeven inkomsten waren te laag en er is een passende verdiencapaciteit toegekend.
Het Hof wijst het verweer van appellante af dat het UWV haar niet als directeur-grootaandeelhouder had mogen aanmerken, verwijzend naar het arrest Inspire Art. Tevens is de overschrijding van de redelijke termijn door het UWV vastgesteld, wat leidt tot een schadevergoeding van €4.000. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven in stand, het UWV wordt veroordeeld in proceskosten en vergoeding griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd wegens overschrijding van de redelijke termijn, met toekenning van schadevergoeding en proceskosten, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.