ECLI:NL:CRVB:2012:BY0290
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting bij postzegelhandel
Appellant ontving sinds december 2005 bijstand op grond van de WWB. Naar aanleiding van een advertentie waarin het adres en telefoonnummer van appellant werden vermeld als postzegelhandel, verrichtte de sociale recherche een onderzoek. Dit leidde tot het besluit van het college om de bijstand vanaf februari 2007 in te trekken en de kosten van bijstand over die periode terug te vorderen.
Appellant voerde aan dat de postzegelhandel voor rekening van zijn vader werd gedreven en dat hij geen inkomsten ontving. De Raad oordeelde echter dat de postzegelhandel ten tijde van belang op naam van appellant stond, dat hij de enige gemachtigde was van de zakelijke bankrekening en dat hij met de postzegelhandel adverteerde. Objectieve en verifieerbare gegevens die een daadwerkelijke overdracht aan de vader ondersteunen, ontbraken.
Door het niet melden van deze activiteiten heeft appellant zijn inlichtingenverplichting geschonden. Omdat hij geen deugdelijke administratie of bewijsstukken overlegd heeft die aantonen dat hij geen inkomsten had of geen beschikkingsmacht over de rekening had, kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld. Het hoger beroep faalde en de aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.