ECLI:NL:CRVB:2012:BY0310
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- W.F. Claessens
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand voor onderwijs aan niet-rechtmatig verblijvende meerderjarige vreemdeling
Appellant, een meerderjarige vreemdeling zonder rechtmatig verblijf in Nederland, vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van zijn opleiding. Het dagelijks bestuur van de regionale sociale dienst wees dit af op grond van artikel 11, tweede lid, van de WWB, omdat appellant niet tot de kring van rechthebbenden behoort.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij door deze weigering ongelijk wordt behandeld ten opzichte van zijn klasgenoten die wel een verblijfsstatus hebben en daardoor financiële ondersteuning ontvangen. Hij beroept zich daarbij op artikel 15 EVRM Pro in verbinding met artikel 2 van Pro het Eerste Protocol.
De Raad oordeelt dat de Staat niet verplicht is bijzondere bijstand te verlenen aan niet-rechtmatig verblijvende meerderjarige vreemdelingen voor onderwijs, zeker niet wanneer zij ook geen aanspraak kunnen maken op algemene bijstand. Daarnaast bestaan voorliggende voorzieningen die in beginsel aan bijstandsverlening in de weg staan. Het beroep van appellant op ongelijke behandeling wordt verworpen omdat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat klasgenoten bijzondere bijstand ontvangen voor schoolkosten.
Daarmee wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag om bijzondere bijstand voor onderwijs wordt afgewezen omdat appellant geen rechtmatig verblijf heeft en er voorliggende voorzieningen bestaan.