ECLI:NL:CRVB:2012:BY0428
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling onkostenvergoeding bij deelname aan arbeidsmarktvoorziening in bijstandsuitkering
Deze zaak betreft het hoger beroep van appellante tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om een onkostenvergoeding in verband met deelname aan een voorziening te weigeren.
Na een tussenuitspraak heeft het college een nieuw besluit genomen waarin het bezwaar van appellante opnieuw ongegrond werd verklaard, met een uitgebreidere motivering. De Raad oordeelt dat het college terecht heeft geoordeeld dat ten tijde van de aanvraag redelijkerwijs kon worden verwacht dat appellante binnen een half jaar geen uitkeringsgerechtigde meer zou zijn, mede gelet op het traject bij Workstar dat gericht was op uitstroom naar reguliere arbeid.
Appellante voerde aan dat zij niet onder de zogenoemde route A-klanten viel en moeilijk bemiddelbaar was, maar de Raad acht dit onvoldoende onderbouwd. Het college heeft beoordelingsvrijheid en heeft deze naar het oordeel van de Raad op redelijke wijze uitgeoefend.
De Raad verklaart het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond, wijst het verzoek om schadevergoeding af en veroordeelt het college in de proceskosten van appellante. Tevens wordt het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestreden besluit wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.