ECLI:NL:CRVB:2012:BY0817
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens schending inlichtingenverplichting en onduidelijke woonsituatie
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) als alleenstaande. Het college trok de bijstand per 1 oktober 2010 in vanwege het voeren van een gezamenlijke huishouding met [K.], wat appellant betwistte. Na bezwaar en diverse besluiten werd het voorschot teruggevorderd en de bijstand definitief ingetrokken. De rechtbank oordeelde dat de intrekking en terugvordering terecht waren, maar vernietigde het besluit tot afwijzing van een nieuwe aanvraag wegens onvoldoende bewijs van hoofdverblijf van [K.].
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat appellant de inlichtingenverplichting had geschonden door onjuiste en onvolledige informatie te verstrekken over zijn woonsituatie en de aanwezigheid van [K.]. Huisbezoeken en verklaringen van fraudepreventiemedewerkers toonden aan dat [K.] regelmatig aanwezig was, wat duidt op een gezamenlijke huishouding. De Raad oordeelde dat het college het recht op bijstand vanaf 26 mei 2011 terecht had ingetrokken.
Verder wees de Raad het hoger beroep tegen de afwijzing van een nieuwe aanvraag om bijstand af, omdat appellant geen nieuwe feiten of gewijzigde omstandigheden had aangevoerd. De Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraken en oordeelde dat het college in redelijkheid van haar bevoegdheid gebruik heeft gemaakt. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting en wijst het hoger beroep tegen afwijzing van nieuwe aanvragen af.