ECLI:NL:CRVB:2012:BY1400
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- M.C. Bruning
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigde WIA-uitkering zonder schending vertrouwensbeginsel
Appellante heeft een WIA-uitkering aangevraagd en ontvangen, maar het UWV stelde later vast dat zij over een bepaalde periode onterecht dubbele uitkeringen had ontvangen. Het UWV besloot tot terugvordering van een bedrag van €7.064,84. Appellante maakte bezwaar en stelde dat zij niet wist dat zij te veel had ontvangen en dat zij erop mocht vertrouwen dat terugvordering niet zou plaatsvinden.
De rechtbank verwierp het beroep op een dringende reden en oordeelde dat de terugvordering terecht was. In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten, waaronder dat zij in contact met het UWV steeds bevestiging kreeg dat zij recht had op de betalingen.
De Raad stelde vast dat het UWV verplicht is onverschuldigde betalingen terug te vorderen en dat er geen sprake was van uitdrukkelijke toezeggingen die het vertrouwensbeginsel konden rechtvaardigen. Ook was er geen dringende reden die terugvordering zou verhinderen. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van onverschuldigde WIA-uitkeringen en wijst het beroep op het vertrouwensbeginsel en dringende reden af.