ECLI:NL:CRVB:2012:BY1853
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand met terugwerkende kracht wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellante, die sinds 1998 een bijstandsuitkering ontvangt, vroeg bijzondere bijstand aan voor kosten van bewindvoering, waaronder een eenmalige instapkost. Het college weigerde de bijstand met terugwerkende kracht toe te kennen, omdat de aanvraag niet tijdig was ingediend en geen bijzondere omstandigheden waren vastgesteld die afwijking rechtvaardigen.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. De Raad oordeelde dat het college een buitenwettelijk begunstigend beleid voert door in sommige gevallen bijstand met terugwerkende kracht toe te kennen, maar dat dit beleid consistent wordt toegepast. Appellante kon niet aantonen dat haar aanvraag een vervolgaanvraag betrof of dat zij tijdig telefonisch om een aanvraagformulier had verzocht.
Daarom kon het beroep op het vertrouwensbeginsel niet slagen en was de afwijzing van de aanvraag terecht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag voor bijzondere bijstand met terugwerkende kracht wordt afgewezen wegens ontbreken van bijzondere omstandigheden en correcte toepassing van het beleid.