ECLI:NL:CRVB:2012:BY1864
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens schending inlichtingenverplichting over buitenlands bezit
Appellanten ontvingen vanaf 1 juli 2008 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Tijdens een onderzoek verklaarde appellant op 4 maart 2009 dat hij een woning en omliggende grond in Marokko bezit. De Sociale verzekeringsbank (Svb) verzocht om nadere informatie, maar appellanten reageerden niet. De Svb trok daarom de bijstand per oktober 2009 in wegens schending van de inlichtingenverplichting.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, stellende dat de schending van de inlichtingenverplichting een rechtsgrond vormt voor intrekking. Appellanten brachten administratieve verklaringen en foto's in hoger beroep aan, stellende dat de woning weinig waarde heeft en dat zij bewijsnood hebben. De Raad oordeelt dat de Svb niet verplicht was nader onderzoek te doen en dat appellanten onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt recht op bijstand te hebben.
De Raad benadrukt dat appellanten de bewijsnood zelf hebben veroorzaakt door niet tijdig en volledig te informeren. De intrekking van de bijstand per 1 oktober 2009 wordt bevestigd, en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand per 1 oktober 2009 wegens schending van de inlichtingenverplichting wordt bevestigd.