ECLI:NL:CRVB:2012:BY2041
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.T. van den Corput
- C.C.W. Lange
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging ziekengeld en weigering herziening WAO-uitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing
Appellant, die sinds 1997 arbeidsongeschikt is vanwege rug- en longklachten, ontving een WAO-uitkering met een mate van arbeidsongeschiktheid tussen 35 en 45%. Vanaf oktober 2008 ontving hij een Ziektewetuitkering, die in september 2009 werd beëindigd nadat een verzekeringsarts hem geschikt achtte voor eerder geselecteerde functies. Appellant voerde aan dat zijn beperkingen, met name door polyneuropathie, onvoldoende waren meegenomen, en dat hij aanspraak maakte op herziening van zijn WAO-uitkering wegens toegenomen beperkingen.
De Raad stelde vast dat het UWV bij de beoordeling van de Ziektewetuitkering de juiste maatstaf heeft gehanteerd en dat de klachten door polyneuropathie wel degelijk waren betrokken bij de functionele mogelijkhedenlijst (FML). Appellant bracht geen nieuwe medische gegevens in om zijn stelling te onderbouwen. Voor de herziening van de WAO-uitkering werd een andere maatstaf gehanteerd waarbij alleen beperkingen uit dezelfde ziekteoorzaak als bij de oorspronkelijke WAO-uitkering werden meegenomen. De beperkingen door polyneuropathie vielen hier buiten. De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van toegenomen beperkingen en dat appellant geschikt was voor de geselecteerde functies.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef deze oordelen en bevestigde de aangevallen uitspraken. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan in het openbaar op 24 oktober 2012 door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering en weigert de herziening van de WAO-uitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing.