ECLI:NL:CRVB:2012:BY2062
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herroeping intrekking bijstand wegens onvoldoende bewijs hennepkwekerij en onjuiste motivering
Appellanten ontvingen bijstand sinds 31 juli 2006. Het dagelijks bestuur trok de bijstand in over de periode 31 juli 2006 tot en met 31 januari 2009 vanwege vermeende exploitatie van een hennepkwekerij en het niet melden van inkomsten uit reparatie van auto's en giften. De Raad stelt vast dat het dagelijks bestuur onvoldoende bewijs heeft geleverd voor betrokkenheid bij de hennepkwekerij op de loods, hoewel een hennepkwekerij in de woning van appellant van februari tot augustus 2007 aannemelijk is.
De Raad oordeelt dat appellanten de inlichtingenplicht hebben geschonden door het niet melden van de hennepkwekerij in de woning, de auto-onderhoudswerkzaamheden en de ontvangen giften. Hierdoor was het dagelijks bestuur bevoegd de bijstand over de genoemde periode in te trekken en terug te vorderen.
Echter, de intrekking van de bijstand met ingang van 1 februari 2009 is niet deugdelijk gemotiveerd omdat het dagelijks bestuur niet aannemelijk heeft gemaakt dat er een niet gemelde geldstroom was. Ook de afwijzing van de aanvraag om bijstand van 24 maart 2009 ontbreekt een juiste grondslag. Daarom vernietigt de Raad het besluit voor zover het deze punten betreft, herroept eerdere besluiten en veroordeelt het dagelijks bestuur in de kosten van appellanten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot intrekking van bijstand per 1 februari 2009 wordt vernietigd en eerdere besluiten worden herroepen.