ECLI:NL:CRVB:2012:BY2082
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging WW-uitkering wegens ontbreken dienstverband in stageperiode
Appellante was van oktober 2006 tot mei 2007 werkzaam bij de Gemeente Groningen op basis van een werkstagecontract en daarna tot juni 2010 in dienst. Het UWV had de duur van haar WW-uitkering herzien omdat zij niet voldeed aan de jareneis uit artikel 42 van Pro de WW, omdat de stageperiode niet als dienstverband werd erkend.
Appellante voerde aan dat een brief van het UWV uit juni 2010 een besluit in de zin van de Awb was, waardoor haar arbeidsverleden 2006 meetelde en zij aan de jareneis voldeed. De rechtbank oordeelde echter dat deze brief slechts een weergave was van geregistreerde gegevens zonder zelfstandig rechtsgevolg, en dus geen besluit vormde.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel en stelde vast dat er geen sprake was van schending van het rechtszekerheids- of vertrouwensbeginsel, omdat de brief geen ondubbelzinnige toezeggingen bevatte. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de beëindiging van de WW-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WW-uitkering wegens het ontbreken van een dienstverband in de stageperiode.