ECLI:NL:CRVB:2012:BY2968
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- H. Bolt
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Terugvordering teveel betaald ziekengeld zonder onvoorwaardelijke verrekening met WAO-uitkering
Appellant ontving vanaf januari 2007 een Ziektewet-uitkering die later werd beëindigd vanwege het bereiken van de maximale duur. Vervolgens werd hem een WAO-uitkering toegekend. Het UWV constateerde dat appellant teveel ziekengeld had ontvangen over de periode 2007-2008 en vorderde dit bedrag terug, waarbij aanvankelijk werd gesteld dat het teveel betaalde bedrag verrekend zou worden met de WAO-uitkering.
Appellant maakte bezwaar tegen de terugvordering en stelde dat er geen onvoorwaardelijke en ondubbelzinnige toezegging was gedaan over verrekening en dat het terugvorderingsbedrag onduidelijk was. Tevens voerde hij een beroep op het gelijkheidsbeginsel en vroeg om schadevergoeding wegens de handelwijze van het UWV.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen het terugvorderingsbesluit ongegrond en oordeelde dat appellant ten onrechte het volledige ziekengeld had ontvangen. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel, stelt vast dat geen sprake is van een onvoorwaardelijke toezegging tot verrekening, wijst het beroep op het gelijkheidsbeginsel af omdat geen gelijke gevallen aanwezig zijn, en wijst het verzoek om schadevergoeding af wegens het ontbreken van een dringende reden en onvoldoende bewijs van schade.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van teveel betaald ziekengeld en wijst het verzoek om schadevergoeding af.