ECLI:NL:CRVB:2012:BY2977
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.F. Bandringa
- M.F. Wagner
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontheffing arbeidsinschakelingsverplichtingen op grond van WWB na medisch en arbeidskundig advies
Appellant ontvangt sinds 1999 bijstand en is op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) verplicht tot arbeidsinschakeling. Het college heeft hem bij besluit van 4 januari 2010 ontheffing verleend van enkele arbeidsverplichtingen voor de periode van één jaar, gebaseerd op een advies van Aob Compaz.
Aob Compaz heeft vastgesteld dat appellant structurele functionele beperkingen heeft door suikerziekte en niercomplicaties, maar dat hij in staat is om deel te nemen aan een traject sociale activering. De arbeidsdeskundige concludeerde dat appellant eenvoudige ongeschoolde werkzaamheden kan verrichten, ondanks zijn grote afstand tot de arbeidsmarkt.
Appellant voerde aan dat hij vanwege zijn ziekte niet in staat is om aan de verplichtingen te voldoen en dat de ontheffing van één jaar te kort is. De Raad oordeelt echter dat het college het besluit op een overtuigend en zorgvuldig advies heeft mogen baseren. De Raad bevestigt dat het college beoordelingsvrijheid heeft bij het bepalen van de duur van de ontheffing en dat de termijn van één jaar redelijk is.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Rotterdam wordt bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de ontheffing van één jaar wordt bevestigd.