ECLI:NL:CRVB:2012:BY3007
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- E.J.M. Heijs
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens verzwegen inkomsten
Appellante ontving bijstand vanaf 1996 en verzweeg inkomsten uit werkzaamheden over de periode 1998-2009. Het college trok de bijstand over deze periode in en vorderde de kosten terug. De rechtbank vernietigde de intrekking en terugvordering voor 1998-2000, maar handhaafde deze voor 2000-2009.
In hoger beroep stelde appellante dat de terugvordering niet voldoende was onderbouwd en dat het college had moeten nagaan of er dringende redenen waren om terugvordering te matigen. De Raad oordeelde dat de intrekking over 2000-2009 in rechte onaantastbaar was en dat het college de mogelijkheid tot kwijtschelding had onderzocht zonder dringende redenen te vinden.
Appellante kon haar financiële en psychische problemen niet met bewijs onderbouwen en had geen medische stukken overlegd. Ook was de hoorplicht niet geschonden omdat eerdere procedures voldoende gelegenheid boden. De Raad verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde het bestreden besluit.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand over 2000-2009 bevestigd.