ECLI:NL:CRVB:2012:BY3101
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- A.I. van der Kris
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ZW- en WAO-uitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om geen Ziektewet- (ZW) en Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering- (WAO) uitkering toe te kennen vanaf november 2006. Zij stelde dat zij niet correct medisch was onderzocht en dat zij niet geïnformeerd was over haar arbeidsgeschiktheid, waardoor zij mocht vertrouwen op een uitkering.
De rechtbank had het beroep van appellante ongegrond verklaard, stellende dat zij onvoldoende medische onderbouwing had geleverd en dat het UWV haar mogelijkheden om te werken niet had overschat. In hoger beroep herhaalde appellante deze gronden, maar leverde geen nieuwe medische gegevens aan.
De Centrale Raad overwoog dat het hoger beroep grotendeels een herhaling betrof van eerdere bezwaren die reeds gemotiveerd waren afgewezen. Het rapport van de verzekeringsarts toonde aan dat appellante per november 2006 als arbeidsgeschikt werd beschouwd en dat zij geen recht had op uitkering. Een incidentele afwijkende mededeling van het UWV in 2010 veranderde hier niets aan.
Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de ZW- en WAO-uitkering wordt bevestigd.