ECLI:NL:CRVB:2012:BY3107
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C. Bruning
- A.I. van der Kris
- Rechtspraak.nl
Beëindiging recht op ziekengeld wegens geschiktheid voor arbeid als administratief medewerker
Appellant, laatstelijk administratief medewerker, meldde zich op 8 mei 2009 ziek met psychische klachten en ontving een Ziektewetuitkering. Na meerdere medische onderzoeken concludeerde de verzekeringsarts dat appellant per 20 september 2010 geschikt was voor zijn laatst verrichte werk, waarna het UWV het recht op ziekengeld beëindigde.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek onzorgvuldig was, dat een posttraumatische stressstoornis niet was uitgesloten en dat aanvullend medisch onderzoek nodig was. Hij overlegde onder meer een verwijsbrief naar Stichting Centrum ’45.
De Raad oordeelde dat het UWV een juiste maatstaf hanteerde voor de arbeid en dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. De bezwaarverzekeringsarts vond onvoldoende aanleiding voor een PTSS-diagnose en achtte appellant geschikt voor eenvoudige administratieve werkzaamheden.
De aangevoerde gronden in hoger beroep konden het inzichtelijke en gemotiveerde standpunt van de bezwaarverzekeringsarts niet weerleggen. Er was geen nieuwe medische informatie die tot een andere conclusie leidde.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het recht op ziekengeld wordt per 20 september 2010 beëindigd.